3%
 

Red de bijen

Geen enkel dier werkt zo hard voor ons als de bij. Appels, peren, boontjes en tomaten, ze liggen allemaal in het schap dankzij deze diertjes. Samen met de hommels bestuiven bijen meer dan 70 procent van de landbouwgewassen waarvan wij afhankelijk zijn voor ons voedsel. Diertjes om zuinig op te zijn, is daarom het devies.

Maar boeren, wetenschappers en imkers slaan de laatste jaren groot alarm over massale bijensterfte. In Europa en Noord-Amerika melden imkers al sinds eind jaren negentig ongewoon hoge sterftecijfers van hun bijenvolken. Jaarlijks overleeft 20 tot 25 % van al onze bijenvolken de winter niet. In sommige regio's sterft zelfs ruim de helft van de bijen.

TEKEN NU DE PETITIE

 

 

De feiten

Hoe erg is het gesteld met de bijensterfte?

In 2011 publiceerde het VN-milieuprogramma (UNEP) een early warning-rapport over de wereldwijde bijensterfte. Vooral in Europa en Noord-Amerika is de sterfte van bijenkolonies opvallend groot en abrupt. In de afgelopen vier jaar liep de wintersterfte in Europese landen uiteen van 7 tot 30 procent. Lange tijd bedroeg de ‘normale’ wintersterfte in Nederland zo’n 8 procent. Maar ook hier overleeft jaarlijks 20 tot 25 procent van alle bijenvolken de winter niet. In sommige regio’s stierf zelfs ruim de helft van de bijen. Niet voor niets noemt de UNEP Nederland met name in haar early warning-rapport.

Waarom is de bijensterfte zorgelijk?

Mensen zijn veel afhankelijker van bijen dan we ons realiseren. Planten kunnen zich, net als dieren, alleen voortplanten door het uitwisselen van genen met andere soortgenoten. Met andere woorden: door seks. Veel soorten lossen dit op met behulp van dierlijke bestuivers. Dit zijn insecten zoals hommels en vlinders maar soms ook vogels, denk aan de kolibrie, of zelfs zoogdieren. Veruit de belangrijkste bestuivers zijn de door mensen gehouden honingbij en de wilde bijen. Van die laatste zijn er wereldwijd wel 25.000 verschillende soorten. Gewassen als de amandelboom en de blauwe bessenstruik zouden helemaal geen vrucht dragen zonder dierlijke bestuivers. Appels, bonen, tomaten, sinaasappelen, peren, pompoen en sojabonen zijn voor hun productiviteit grotendeels aangewezen op dierlijke bestuiving. Sterven de bijen uit, dan zou ongeveer een derde van onze voedselgewassen op een andere manier bestoven moeten worden. Op termijn kan onze voedselvoorziening dus gevaar lopen en bovendien is de economische waarde van bijen voor de landbouw aanzienlijk. Het worst case scenario zien we nu al in delen van China, waar bestuiving met de hand gebeurt.

Wat is de economische waarde van bestuiving?

Uitgedrukt in harde euro’s zijn de ijverige bijenvolkjes en andere bestuivende diertjes € 265 miljard per jaar waard. Voor kostbare gewassen als koffie en fruit kan dat oplopen tot ruim € 2.000 per hectare. Kijken we alleen naar Nederland dan lopen de schattingen van de totale waarde uiteen van € 1,13 tot € 3,8 miljard. Recordhouder hier is de groenteteelt in kassen: de waarde van de oogst die afhankelijk is van bestuiving door bijen bedraagt gemiddeld zo’n € 200.000 per hectare

Zijn bijen ook belangrijk voor planten in de natuur?

Voor de natuur zijn bijen van onschatbare waarde: samen met andere insecten bestuiven ze 60 tot 90 procent van alle soorten wilde planten en bomen. Die planten vormen op hun beurt de basis van de voedselpiramide en dus van het gehele ecosysteem waar ze deel van uitmaken. Zelfs een enorm groot en ingewikkeld ecosysteem als het Amazoneregenwoud is uiteindelijk afhankelijk van deze minuscule bestuivers.

Gaat het alleen slecht met de honingbij?

Door de problemen met de honingbij wordt het belang van wilde bestuivers voor de landbouw en de natuur relatief belangrijker. Maar tot overmaat van ramp gaat het met de wilde bijen en andere bestuivende insecten ook slecht. Zowel wereldwijd als in Nederland spelen hierbij grotendeels dezelfde oorzaken een rol als bij de honingbij: de steeds intensievere landbouw verwoest en verschraalt de foerageergebieden en verspreidt giftige stoffen in de leefomgeving van de kwetsbare bestuivers. Van de ruim 350 soorten wilde bijen die eens in ons land leefden, zijn er 35 compleet uitgestorven en staan er 188 op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten.

Waarom sterven de bijen?

De abnormale bijensterfte is volgens vrijwel alle deskundigen het gevolg van een complexe combinatie van factoren. Ziektes en parasieten worden het meest genoemd, gevolgd door te weinig – en te eenzijdig – voedsel en giftige stoffen zoals bestrijdingsmiddelen. Over de vraag wat nu de directe aanleiding is voor de abrupte stijging van de wintersterfte in Europa en de VS lopen de meningen echter sterk uiteen. Maar de aanwijzingen dat een aantal neonicotinoïden, een recent in gebruik genomen groep insecticiden, een centrale rol speelt, stapelen zich op.

Zieke bijen

Parasieten als de varroamijt en Nosema ceranea maken wereldwijd bijenvolken ziek. De uitheemse varroamijt heeft zich hier in 1983 gevestigd en is een belangrijke plaag voor honingbijen in Nederland. De mijt ter grootte van een speldenknop trekt van bijenkast naar bijenkast en voedt zich met het bloed van de bijen. De bijen raken verzwakt en worden door de mijtenbeten vaak ook nog besmet met virussen en bacteriën. Ook een infectie met Nosema – een eencellige parasitaire schimmel - kan desastreus zijn voor een bijenvolk. Verzwakte bijen zijn extra gevoelig voor schadelijke pesticiden of een voedselarme omgeving. En andersom: bestrijdingsmiddelen ondermijnen de gezondheid van de bijen, als ze niet direct doodgaan. Daardoor krijgen ze meer last van parasieten en ziekten.

Hongerige bijen

Bijen hebben niet alleen nectar nodig, maar ook stuifmeel (pollen) van verschillende soorten planten en bloemen. Die variatie in hun dieet helpt ze een sterk immuunsysteem te ontwikkelen. Zo zijn de bijen ook minder afhankelijk van één bloemensoort en is de kans op voedseltekorten kleiner. Juist die diversiteit is drastisch afgenomen door de industrialisering van de landbouw. Ruilverkaveling, bestrijdingsmiddelen en monoculturen van bijvoorbeeld voedermaïs verminderen het aantal plantensoorten op en rond de akkers. Klimaatverandering verergert de zaak doordat plantensoorten verdwijnen of al in bloei staan voordat de bijen uit hun winterverblijven komen.

Vergiftigde bijen

Bloemen, nesten en andere plaatsen waar zich bijen bevinden, zijn vaak vervuild met bestrijdingsmiddelen. Dit is soms een giftige cocktail van onkruid-, schimmel-, en insectengif en daar bovenop bestrijdingsmiddelen tegen varroamijten. Deze middelen zijn natuurlijk niet bedoeld voor bijen, maar de diertjes krijgen ze toch binnen via stuifmeel, nectar, lucht, water en bodem. Bestrijdingsmiddelen kunnen de nekslag betekenen voor bijenvolken die al verzwakt zijn door bijvoorbeeld parasieten of honger. Met name insecticiden – de naam zegt het al – zijn erg giftig voor bijen. Afhankelijk van de toegepaste insecticide en de dosis, sterven de bijen onmiddellijk of op langere termijn. Vaak merken imkers dit pas na de winter als de bijen hun (giftige) voorraad stuifmeelkorrels en nectar hebben opgegeten.

Ook als insecticiden niet direct dodelijk zijn, kunnen ze schadelijke effecten hebben op de gezondheid, de ontwikkeling en het gedrag van bijen. Het gebeurt steeds vaker dat bijen langdurig worden blootgesteld aan lage doses bestrijdingsmiddelen. Soms bevat stuifmeel wel zeven verschillende soorten bestrijdingsmiddelen. Onderzoekers melden dat bijen die voedsel verzamelen hun bijenkorf niet terug kunnen vinden omdat hun navigatiesysteem is aangetast. Ook gaat het leervermogen van de bijen achteruit: de bijen vergeten de geuren van bloemen en herkennen hun eigen nest niet meer.

Hoe kunnen we de bijen – en onszelf – redden?

Op korte termijn moet er een verbod komen op pesticiden die schadelijk zijn voor bijen, te beginnen met imidacloprid, thiamethoxam, clothianidin, fipronil, chlorpyriphos, cypermethrin en deltamethrin. Maar we schieten er natuurlijk niets mee op als het ene giftige bestrijdingsmiddel wordt vervangen door het andere. Op lange termijn hebben mens en milieu – en dus ook de bijen – het meest te winnen bij een grondige hervorming van ons landbouwsysteem. We moeten toe naar een landbouw die slim samenwerkt met de natuur en de biodiversiteit als uitgangspunt neemt. Een landbouw die daardoor niet afhankelijk is van bestrijdingsmiddelen, kunstmest, krachtvoer en antibiotica. Dat is een landbouw die de wereldbevolking tot in lengte van dagen kan voeden én beter is voor klimaat en milieu.

Ecologische boeren leggen bijvoorbeeld bloemrijke akkerranden aan die de natuurlijke vijanden van de plaaginsecten naar de akkers lokken. Deze nuttige insecten (sluipwespen, lieveheersbeestjes, zweefvliegen) doen het werk van de bestrijdingsmiddelen, maar zonder de schadelijke effecten daarvan. De boeren slaan zo twee vliegen in één klap in de strijd tegen de bijensterfte: meer bloemen en minder gif.

Boeren kunnen zich ook wapenen tegen plagen door te kiezen voor kleinere percelen waarop ze meer verschillende gewassen verbouwen. Gewassen die aangepast zijn aan de lokale omstandigheden en verbeterd door slimme, gentechvrije veredelingstechnieken. De voordelen van dit soort methoden zijn groot, niet alleen voor de bijen maar ook voor de boeren. Door meer gebruik te maken van de mogelijkheden van de natuur hoeven ze minder geld uit te geven aan dure hulpmiddelen zoals kunstmest, krachtvoer én bestrijdingsmiddelen.

Dit wil Greenpeace

  • Een Europees verbod op pesticiden die schadelijk zijn voor bijen, te beginnen met imidacloprid, thiamethoxam, clothianidin, fipronil, chlorpyriphos, cypermethrin en deltamethrin. Mocht dit onverhoopt mislukken op EU-niveau, dan moet Nederland deze maatregel in eigen land nemen.
  • EU-lidstaten moeten nationale actieplannen aannemen voor de bescherming van bijen en wilde bestuivers, waarin specifiek aandacht is voor de bevordering van duurzame landbouw. Een landbouw met optimaal gebruik van ecologische methoden als vruchtwisseling en akkerranden, die meer bloemen en minder gif opleveren.
  • Behoud van natuurlijke leefomgevingen van bijen en wilde bestuivers, en meer biodiversiteit in agrarische gebieden. Meer leefruimte en voedsel voor de bijen in en om akkers en weiden.
  • Meer financiering voor onderzoek naar en toepassing van ecologische landbouwmethoden, bijvoorbeeld via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU.

Meer weten
over bijensterfte?

klik HIER

Bijensterfte

De oorzaak van de bijensterfte is een combinatie van factoren. Onze akkers worden steeds monotoner, met minder verschillende gewassen, waardoor bijen niet genoeg voedsel vinden. Daardoor moeten ze vaker en verder uitvliegen met als gevolg dat ze hongerig worden en vermoeid raken. Parasieten als de varroamijt, die zich voeden met het bloed van de bijen, zijn dan extra gevaarlijk. En dan het grootste gevaar: giftige bestrijdingsmiddelen.

We gebruiken al jaren enorme hoeveelheden gif om onkruid en plaaginsecten te bestrijden. Dat doen we niet alleen in de land- en tuinbouw en sierteelt, maar ook in parken, op schoolpleinen en zelfs de planten en bollen in tuincentra zijn met gif behandeld. Vooral pesticides met neonicotinoïden zijn razend populair, maar extreem giftig voor alles wat zoemt en krioelt.

Deze gifsoort verspreidt zich door de hele plant, waardoor bijen het binnenkrijgen via stuifmeel, nectar én plantensap. Bijen die met ermee in aanraking komen sterven direct, of aan de bijwerkingen: ze verliezen hun oriëntatievermogen waardoor ze hun kast niet terugvinden, vergeten de geuren van bloemen en herkennen hun eigen nest niet meer.

 

 

 

 

Bijensterfte in Nederland

In Europa en Noord-Amerika melden imkers al sinds eind jaren negentig ongewoon hoge sterftecijfers van hun bijenvolken. Jaarlijks overleeft 20 tot 25% van al onze bijenvolken de winter niet.

In sommige regio's sterft zelfs ruim de helft van de bijen. Als we nu niet de overstap maken naar gezonde, ecologische landbouw zonder gif, dan kan dit het sterftecijfer in rap tempo stijgen en onze voedselproductie ernstig in gevaar komen. Ecologische landbouw is dus geen luxe, maar absolute noodzaak.

Red de bijen

Bijen bestuiven meer dan 75% van onze belangrijkste landbouwgewassen zoals fruit en groente. Ze zijn dus niet alleen erg belangrijk voor het ecosysteem, maar ook voor de mens. Helaas sterft in Nederland tot wel 50% van de bijenvolken.

De overstap van de huidige industriële landbouw met gif naar een ecologische, gevarieerde landbouw zonder gif is bittere noodzaak en moet dus de norm worden. . Niet alleen voor het overleven van de bij, maar voor ook de toekomst van onze voedselvoorziening.

Video bekijken

Interview met
Markus Imhoof
(Duits)

Der Oscar-nominierte Schweizer Regisseur Markus Imhoof (Das Boot ist voll) präsentiert seinen neuen Film über das Leben der Bienen: Spektakuläre Aufnahmen und brisante Erkenntnisse öffnen dem Zuschauer eine Welt jenseits von Blüte und Honig. Imhoof reiste für seinen Film um die Welt. Er besucht Imker in den Schweizer Bergen, interviewt Wissenschaftler, erzählt von der phänomenalen Intelligenz der Bienen und ihrem sozialen Zusammenleben. Greenpeace hat Imhoof in Zürich getroffen und über „More than Honey“ gesprochen.

Markus Imhoof, sie haben mit „More than Honey“ einen sehr persönlichen und bildgewaltigen Dokumentarfilm über die Bienen und ihr Massensterben gedreht. Was hat Sie dazu bewogen?

Es ist ja nicht nur ein Film über Bienen. Es geht mir um die grossen Zusammenhänge in unserer Welt. Dabei konzentriere ich mich auf Bienen, mit ihnen bin ich auch aufgewachsen. Mein Grossvater war Imker, meine Tochter und mein Schwiegersohn erforschen Bienen, was im Film ja sogar vorkommt. Das Bienensterben illustriert exemplarisch, dass die Welt wie ein grosses Mobile ist. Hängt man irgendwo zuviel Gewicht dran, oder handelt man irgendwo zu einseitig, wie in der Massentierhaltung, kippt das Ganze in Schräglage. Die Menschen haben nicht nur bei den Bienen zu viel aus dem natürlichen Rhythmus gebracht.

Sie zitieren in Ihrem Film Einstein: „Wenn die Bienen aussterben, sterben vier Jahre später auch die Menschen aus“. Im Gegensatz zu vielen anderen kritischen Dokfilmen entlässt einen „More than Honey“ aber nicht mit einem Gefühl der Hilflosigkeit.

Das hängt vielleicht damit zusammen, dass ich nicht mit dem Zeigefinger auf etwas zeige und sage: „Dies und jenes ist Schuld, dies und jenes muss unbedingt getan werden, auch wenn es unmöglich scheint“. Etwas optimistisch stimmendes im Film ist sicher die Geschichte der sogenannten Killerbienen, eine vom Menschen gezüchtete Rasse, die aus dem Labor abgehauen ist, und die sich nun über den Menschen hinwegsetzt und sich rasant verbreitet. Es ist sehr gut möglich, dass diese aggressiven, starken Bienen den Menschen überleben werden. Die Natur findet also ihren Weg. Die Frage bleibt aber, wie der Mensch sein Überleben sichern kann: Wie ernähren wir die Weltbevölkerung, ohne dass wir dabei die Welt zerstören? Was ist die Rolle des Menschen auf diesem Planeten? Es gibt Leute, die sehen uns als Parasiten. Selbst wenn das so wäre: Nur der dümmste Parasit bringt seinen Wirt um.

Für die Dreharbeiten haben sie mehrere Bienenvölker über eine längere Zeit beobachtet, sie haben mit diversen Forschern und Imkern gesprochen und kennen die soziale Organisation in einem Bienenvolk. Glauben Sie, dass Bienen dem Menschen diesbezüglich überlegen sind?

Die Auseinandersetzung mit dieser Frage ist durchaus spannend. Wir haben ja wahnsinnig viel Wissen darüber, was man eigentlich richtigerweise tun müsste. Das UNO-Welternährungsprogramm zum Beispiel sagt ganz klar, dass nur kleinräumige, lokale Landwirtschaft die Menschheit ernähren kann. Weil nur diese nachhaltig, also längerfristig überlebenssichernd ist. Wir tun aber das Gegenteil, schon lange, und die Entwicklung geht global weiter in diese falsche Richtung. Ich glaube, das liegt an der Individualisierung. Das Gefühl, Teil eines grossen Ganzen zu sein ist vielen Leuten heutzutage erstaunlich fremd.

Bienen organisieren sich ganz anders als der moderne Mensch. Die einzelne Biene ordnet sich gänzlich dem Kollektiv unter. «More than Honey» zeigt dies in eindrücklichen Aufnahmen. Sollte der Mensch von den Bienen lernen?

So einfach ist das sicher nicht. Bienenvölker handeln ja teils auch sehr brutal und unsozial. Die männlichen Drohen beispielsweise bringen sie vor dem Winter um, damit sie genügend Nahrung für Arbeiterinnen und Königin haben. Gleichzeitig ist es sehr faszinierend, wie der Schwarm als Ganzes so etwas wie ein kollektives Bewusstsein oder gar Gefühle zu haben scheint und sich sehr gezielt und primär dem Überleben des eigenen Volkes widmet. Noch interessanter finde ich einen Aspekt, den man in der Natur oft beobachten kann: Vieles ist auf Symbiose ausgerichtet. Blumen müssten ja nicht Unmengen Pollen produzieren, der einzelne Kirschbaum könnte sich theoretisch auch einfach selbst bestäuben. Das tut er aber nicht, stattdessen erwartet er den Pollen von einem andern Baum. Es scheint einen Konsens zu geben, dass jeder auch für andere produziert. Dieses Netz ist äusserst sozial, es sichert das Überleben der anderen und man hat erst noch einen Vorteil dabei: Die Austausch von Pollen verhindert Inzest und Verkrüppelung.

Nun sind trotzdem viele Bienenrassen am Aussterben, jedes Jahr sterben mehr Bienen. Wieso das?

Es ist wohl das Zusammenkommen zahlreicher Faktoren. Bienen werden heute industriell gehalten. Es gibt kein Bienenvolk mehr, das ohne Medikamente überleben kann. Die Biene ist vom Menschen globalisiert, sie ist ein international gehandeltes Instrument zur Befruchtung von Pflanzen. Diese ganze Entwicklung – Zucht, Austausch über Kontinente hinaus, Einsatz von Chemikalien – ist für die Evolution zu schnell. Die Bienen sind gestresst, sie kommen nicht mehr dazu, sich anzupassen.

Sie sagen im Film einmal: «Auch Vegetarier können sich heutzutage nicht mehr ohne Massentierhaltung Ernähren». Sie illustrieren dies am Beispiel der gigantischen kalifornischen Mandelplantagen. Wenn sogar vegetarische Ernährung indirekt zum Bienensterben beiträgt, ist die Ausgangslage gänzlich hoffnungslos?

Vegetarisches Essen ist ja aus verschiedenen Gesichtspunkten trotzdem durchaus sinnvoll. Beispielsweise haben Vegetarier einen viel kleineren ökologischen Fussabdruck als häufige Fleischesser. Erdbeeren im Winter zu essen ergibt dann aber wiederum überhaupt keinen Sinn. Das wurde mir noch viel bewusster, als wir in Gewächshäusern gefilmt haben. Auch da werden Bienen in Massentierhaltung eingesetzt. Leider mussten wir uns schliesslich dazu überwinden, die Szenen rauszuschneiden. Aber man kann sich ja in etwa vorstellen, wie das vor sich geht. Die Bienen sind nach einem Monat von der Monokultur mangelernährt und man muss sie wieder aufpäppeln.

Was sollte der Mensch ändern, um das die Umwelt, oder das Mobile, nicht in Schräglage zu bringen?

Nur schon die Einsicht, dass alles zusammenhängt und man Teil des Ganzen ist, ist sicher wichtig. Man kann die Gleichgewicht-Metapher in sehr vielen Gebieten anwenden. So muss man sich auch fragen, was lief falsch bei der Bankenkrise? Wo ist das System gekippt, das Experiment aus dem Ruder gelaufen? Wie macht man das besser? Im ganz Kleinen würde ich mir zum Beispiel besser überlegen, welchen Honig ich kaufe.

Welchen Honig kaufen sie denn?

Schweizer Honig, weil die Umweltvorschriften hier hoch sind. Am liebsten bei einem Imker, den ich persönlich kenne. Südamerikanischen Killerbienenhonig würde ich schon auch kaufen, weil ich weiss, er enthält keine Antibiotika. Oder Stadthonig. Vielen Bienen geht es mittlerweile in den Städten besser. Es hat zwar weniger Pflanzen, aber die Artenvielfalt ist in der Stadt grösser als auf dem von Monokulturen und mit Pestiziden behandelten ländlichen Gebieten. Deshalb sollte man übrigens auch in der Stadt kein Pflanzengift verwenden. Ich gehe sogar soweit, dass ich das aggressive Anti-Flohmittel bei meinem Hund abgesetzt habe, weil es dasselbe Nervengift ist, das die Bienen tötet.

Teken nu

Een gezonde bij is een gifvrije bij. Het is daarom belangrijk dat voor bijen gevaarlijke bestrijdingsmiddelen niet meer gebruikt worden. Dit geldt niet alleen voor de landbouw, maar ook voor de bloemen en planten die je in een tuincentrum koopt. Intratuin verkoopt bloembollen en planten die met giftige bestrijdingsmiddelen behandeld zijn. Dit gif heeft een verwoestende uitwerking op bijen.

Teken daarom nu onze petitie gericht aan de directie van Intratuin, en vraag hen om gifvrije producten te verkopen.

Bijen en andere bestuivers hebben ook ruimte nodig om nesten te bouwen en natuurlijk moet er ook voldoende voedsel voor ze zijn. Bloeiende bloemen en planten zijn daarom van levensbelang. Onderaan deze pagina vind je praktische tips om nu al van je tuin of balkon een heus bijenparadijs te maken.

 

Teken hier
de petitie

Dit wil Greenpeace

  • Greenpeace-campagneleider Herman van Bekkem staat bij tuincentra op de stoep voor een goed gesprek en overlegt met politieke besluitvormers om het gif van de akkers te krijgen en ecologische landbouw vooruit te helpen. We hebben al een bescheiden succesje op zak: een tijdelijk Europees deelverbod op vier landbouwgiffen. Maar dat is bij lange na niet genoeg om de bijen te redden.

    Greenpeace wil daarom de volgende doelen bereiken:

    1. Tuincentra verkopen uitsluitend nog producten waarop geen voor bijen of mensen schadelijke pesticiden zijn toegepast.
  • 2. Een Europees verbod op bestrijdingsmiddelen die schadelijk zijn voor bijen. Mocht Europa hierin falen, dan moet Nederland deze maatregel in eigen land nemen.
  • 3. EU-lidstaten moeten nationale actieplannen aannemen voor bescherming van bijen en wilde bestuivers met specifieke aandacht voor bevordering van duurzame landbouw.
  • 4. Behoud van natuurlijke leefomgevingen van bijen en wilde bestuivers en meer biodiversiteit in agrarische gebieden. Dat wil zeggen meer leefruimte en voedsel voor de bijen in en om akkers en weiden.